Angsthazerij

Laatst was ik op een bijeenkomst voor klanten van een financieel advieskantoor bij mij in de buurt. Het was een informatie-avond over vermogensbeheer. De boodschap was: “Mensen, ga vooral niet zelf aan de slag. Laat beleggen over aan professionals.” Oftewel: beleggen is eng, te ingewikkeld en te moeilijk voor de gewone man.

middeleeuwenkerkMiddeleeuwse tactieken?
Ik geloofde mijn oren niet. Was dit dé manier om de toegevoegde waarde van advies aan te tonen? Ik vond het verdraaid veel lijken op de tactieken van de katholieke kerk 100 jaar geleden. Angst aanjagen, mensen dom houden, zieltjes winnen… Nee, die tijd is toch voorbij? Zeker met de niet te stuiten trend dat mensen verantwoordelijkheid (moeten) nemen voor hun eigen toekomst. Oók in financieel opzicht.

Blijkbaar zijn oude patronen nog steeds hardnekkig. En dat had ik van onafhankelijke adviseurs niet verwacht. Juist zij hebben de beste papieren in handen om hun toegevoegde waarde aan klanten duidelijk te maken. Voor banken blijft het namelijk wringen met hun dubbele pet. De klant wel centraal willen stellen maar tegelijkertijd een forse winstmarge willen halen. De bonussen en hoge salarissen moeten immers betaald blijven worden, aandeelhouders tevredengesteld, buffers hoog gehouden.

Bankadviseurs vs onafhankelijke specialisten
Ze doen best hun best hoor, onze banken. Producten worden eenvoudiger, er zijn meer distributiekanalen, kosten worden transparanter. Maar waarom moet bijvoorbeeld de adviesfee een percentage van het vermogen moet zijn, en ook nog eens zonder een maximum? Is dat nu in het klantbelang?

Dat kunnen onafhankelijke adviseurs beter. Mét hulp van online tools. Vooral als ze zich richten op een klantsegment waardoor advisering eenvormiger wordt, dus goedkoper. En vooral als ze zich richten op de totale financiële situatie, niet alleen op het vermogen.

Focus op niche
De trend dat beleggingsadvies wordt gecombineerd met financieel advies is bij banken al gaande. Onafhankelijke adviseurs kunnen nog net een stapje verder gaan. Door zich te focussen op een niche. ‘DGA’s van bouwbedrijven’ bijvoorbeeld, ‘IT-ondernemers’ of ‘samengestelde gezinnen’. Er zijn talloze segmenten te verzinnen.

Als je als adviseur weet wat er leeft in een segment, kun je werkelijk een sparringpartner zijn voor je klant. Je kunt benchmarken en pro-actief optreden, terwijl je profiteert van het schaalvoordeel. Je weet wat werkt en niet werkt. Die kennis is geld waard. Maar hang met die kennis niet de betweter uit. En spiegel je klanten zeker geen angstscenario’s voor.

 

 

3 tips om lange artikelen hapklaar te presenteren

Je zult maar voor een fondshuis werken. En daarmee zo’n 10 tot 100 fondsen vertegenwoordigen. Van even zoveel fondsmanagers. Die allemaal hun eigen strategie volgen. Allemaal hun eigen visie hebben. En die ook opschrijven…

Dan heb je dus massa’s artikelen. Een enorme hoeveelheid content. Elke maand, week, dag misschien zelfs. En dan word je ook nog geacht al die content te vertalen naar interessante beleggingsideeën voor je klanten. Tja, logisch dat je dan soms lukraak selecteert en een artikel één-op-één doorzet naar een lijstje klanten. Maar werkt dat?

Presenteer content in hapklare brokkenbistro a gogo

Net als jij, zijn ook je klanten ‘kijkers’ geworden. Een artikel wordt voornamelijk ‘gescand’. Een inleiding wordt wellicht nog net gelezen, maar daarna gaat de aandacht op aan subkopjes. Dus….

  1. Zorg voor een sterke titel. Een goede titel trekt direct de aandacht en zuigt je klant naar de rest van het verhaal.
  2. Geef een concrete samenvatting. Maak in 2 of maximaal 3 zinnen duidelijk wat je klant aan de informatie heeft. Maak als het kan een link naar de actualiteit. De samenvatting kán de inleiding zijn, maar ook los worden gebruikt.
  3. Creëer extra alinea’s met duidelijke subkopjes.

Ook voor Engelstalige artikelen!

Ik durf te beweren dat je ook Engelstalige artikelen op dezelfde wijze moet pimpen. Maak ook dan een Nederlandse samenvatting/inleiding en gebruik Nederlandse titels en subtitels. Simpelweg omdat het prettiger ‘scant’. Zelfs als je gewend bent om veel Engels te lezen.

Redigeren niet altijd nodig

Natuurlijk kan elk artikel (opnieuw) een bewerking gebruiken. Zeker als het om een vertaling gaat. Maar de kosten en moeite die met redigeren gepaard gaan, zijn beter besteed aan selectieve campagnes.

Kleine tijdsinvestering betaalt zich uit

Ook ‘pimpen’ kost tijd, maar veel minder dan compleet redigeren. Als je wilt dat jouw klanten je fondsen herkennen, volgen en vertrouwen, zijn continue updates een uitstekend middel. Maar presenteer de updates hapklaar.

Mmm…

Catering van bistro a gogo 

 

 

 

Gemiste kans ING

Slappe hap. Dat vind ik van de open brief van ING aan haar klanten. In de brief laat ING weten voorlopig niet door te gaan met de proef om betaalgegevens van klanten commercieel te exploiteren. De bank reageert hiermee op de massale protesten en bezorgde reactie van klanten en belangenorganisaties.

De open brief van ING toont maar weer eens aan dat de klant helemaal niet centraal stond bij het plan om klantdata commercieel uit te baten. Want als ING dat echt zou vinden, zouden ze moeten vasthouden aan de proef. Nee, ING wilde een ander verdienmodel onderzoeken. En daar is wat mij betreft helemaal niks mis mee. Maar wees daar wel eerlijk over. Want het idee van ING had win-win kunnen zijn: financieel voordeel voor mij (met het liefst een gratis betaalrekening), alternatieve inkomsten voor ING.

Nu deed ING het voorkomen alsof de klant centraal stond in hun plannen. En ook in hun open brief herhaalde de bank dat: “De proef (…) was bedoeld om klanten te helpen met hun persoonlijke geldzaken en voor hen besparingen te realiseren.” Flauwekul natuurlijk. En dat is precies wat mij stoort in de hele discussie over de commerciële uitbating van klantdata. Het plan op zichzelf heeft mijn zegen, maar de communicatie hierover is onzuiver. Kom op, ING. Wees eens eerlijk over je intenties. Je hebt je mond vol over vertrouwen. Begin dan met een eerlijk verhaal. Respecteer mij als klant.

De open brief van ING is een gemiste kans.

Open brief ING

Waarom fondsaanbieders sociale media moeten omarmen…

sociale media loepNu verbreding van het provisieverbod aanstaande is en de opmars van ETF’s onstuitbaar, moeten fondshuizen het bestaansrecht van hun fondsen veel directer tonen. Sociale media zijn hiervoor bij uitstek geschikt. En toch zijn er in Nederland1 maar weinig asset managers die sociale media inzetten om contact te maken met hun (potentiële) klanten.

Waarom is dat? En hoe kan dat anders?

Praktische bezwaren
Veel fondshuizen hebben praktische bezwaren voor het inzetten van sociale media:

  • De doelgroep zou geen gebruik maken van sociale mediasociale media bezwaren
  • Controles ivm compliance en regelgeving zouden het gebruik van sociale media bemoeilijken
  • Het bijhouden en onderhouden van sociale media zou te veel tijd vergen

Maar hoe terecht zijn die bezwaren eigenlijk?

Generatiekloof?
generatiekloofOnderzoek2 laat zien dat maar liefst 61% van de mensen die sociale netwerken als Twitter, Facebook, LinkedIn en Google+ gebruiken, ouder is dan 40 jaar. Er is dus allang geen sprake meer van een generatiekloof in het gebruik van sociale media. Bovendien geeft maar liefst 54% aan dat sociale media steeds belangrijker worden bij het verzamelen van informatie. Dat biedt fondsaanbieders kansen!

Informeren ≠ adverteren
loepDe financiële sector is één van de meest gereguleerde sectoren. Elke communicatie-uiting is gebonden aan regels. Niet zo gek dat fondshuizen vrezen dat compliance en regelgeving het gebruik van sociale media belemmeren. Maar iets delen via sociale media is niet hetzelfde als adverteren. Sterker nog, adverteren is er taboe. Het gaat niet om verleiden of misleiden, maar om verbinden. Om informeren, delen en deelnemen. Compliance en regelgeving scheppen slechts het kader waarin je dit correct doet. Goede afspraken met de juridische/compliance afdeling zijn noodzakelijk én zinvol. Als commitment de basis is van die afspraken, kunnen compliance-controles juist stimuleren tot een nog klantgerichtere inzet van sociale media.

Druk, druk, druk?
sociale media verkeersbordEh…ja, de inzet van sociale media vergt tijd. Maar is dat een reden om sociale media te negeren? Je klanten gebruiken de netwerken, je potentiële klanten doen dat, collega’s, concurrenten… Kortom, je kunt er niet omheen. Maar belangrijker nog is dat je via sociale media leert over de informatiebehoeften van je doelgroep. En je kunt er contacten leggen met je (potentiële) klanten. Oók als het gaat om B2B3. Gebruik van sociale media kan dus tijd besparen!

Maar wat moet je met sociale media?
kopAls de bezwaren er niet (meer) toe doen, blijft de grote vraag: wat moet je met sociale media? Sociale media hebben voor iedereen een andere betekenis. Je kunt je daarom als asset manager niet op slechts één medium richten. En je moet de netwerken ook niet voor maar één doel inzetten. Wees een kameleon en gebruik sociale media op verschillende manieren:

luister naar wat wordt gezegd, gedeeld, gevraagd via sociale media1.   Luister
Leer wat wordt verteld, gedeeld, gevraagd en via welke media dat gebeurt. Niet alleen door je doelgroep (relaties en eindklanten), maar ook door je concurrenten of andere stakeholders.

Informeer en doceer voor storytelling in sociale media2.   Informeer
Als er íets goed gedeeld kan worden via sociale media, dan is het de content die elke asset manager produceert (video, blog, interview, fondsupdate, etc). Daarmee kun je je inzichten en je authenticiteit tonen, cruciaal in dit tijdperk waarin alles draait om storytelling.

Valentine's Day gift box isolated on white background3.   Deel
Wees niet bang om informatie die geen directe link met jouw eigen content heeft, te delen. Als de informatie relevant is voor je doelgroep, wordt dit gewaardeerd.

sleutel34.   Reageer
Essentieel is dat je je openstelt voor vragen, opmerkingen en klachten. Neem deel aan online gesprekken als je daadwerkelijk iets bij kan dragen. Reageer als daar (impliciet) om wordt gevraagd. En bedenk uiteraard dat sociale media open netwerken zijn. Geef geen voeding aan de angsten van je compliance-afdeling. Wees zorgvuldig in je reacties.

Hoe begin je?
gloeilampTja, dan blijft alleen nog de vraag over: Hoe begin je? Het antwoord is simpel: met een plan met in grove hoofdlijnen een beschrijving van:

  • Wat wil je uitstralen via sociale media?
  • Welke type content wil je hiervoor gebruiken?
  • Hoe ga je om met goed en slecht nieuws?
  • Wie zijn bevoegd om sociale media vanuit de merknaam in te zetten?
  • Hoe worden compliance-controles verricht?
  • Hoe worden alle communicatie-uitingen via sociale media gearchiveerd?

Omdat sociale media steeds volop in ontwikkeling zijn, is een beschrijving op hoofdlijnen voldoende (feitelijk een workflow). Het gaat uiteindelijk om ‘testen-en-leren’, maar wel binnen vastgestelde compliance-kaders en met zorgvuldige communicatie.

Tot slot
sociale media mensenSommigen zeggen dat marketing & communicatie in essentie niet is veranderd, maar dat alleen het platform is verbreed. Anderen spreken wel van een transformatie, van een ‘power-to-the-brand’ naar ‘power-to-the-people’ en van ‘verticale’ communicatie naar ‘horizontale’ communicatie. De waarheid ligt ongetwijfeld in het midden. Wat is gebleven, is de behoefte aan zinvolle, originele en makkelijk toegankelijke content.

 

1 Financial News berichtte op 20 juni 2013 dat fondsaanbieders in de Verenigde Staten veel meer gebruik maken van sociale media dan ze in Europa doen. Klik hier voor het hele artikel.

2 Newcom deed in januari 2013 onderzoek naar het gebruik van sociale media onder 13.740 Nederlanders. De resultaten mogen als representatief worden beschouwd. Klik hier voor meer informatie over het onderzoek.

3 Een typisch B2B-organisatie als Deloitte gaf bijvoorbeeld in april 2013 aan bijna een half miljoen euro omzet te hebben binnengehaald via sociale media. Klik hier voor meer informatie.

 

Hoe gebruiken financieel adviseurs de websites van fondsaanbieders?

Enkele lessen uit de Verenigde Staten…

Hoe worden websites van fondshuizen gebruikt door financieel adviseurs? Die vraag stond centraal in een online enquête van AdvisorPerspectives.com, een Amerikaanse website voor financieel adviseurs. Begin april 2013 verschenen de resultaten.

Nu is Nederland geen Amerika, maar het is interessant om te zien op welke wijze financieel adviseurs in de VS zich laten informeren over beleggingsfondsen. En als je naar de resultaten kijkt, zegt mijn ‘gut feeling’ dat de Amerikaanse situatie goed vergelijkbaar is met die in Nederland.

Waar vindt financieel adviseur informatie over fondsen?

De belangrijkste bron van informatie voor financieel adviseurs in de VS zijn onafhankelijke beleggingssites (zoals Morningstar). Bijna net zo belangrijk wordt het persoonlijke contact met een vertegenwoordiger van een fondshuis beschouwd. Op een goede derde plek staat de site van een fondshuis.

bronnen_van_fondsinformatie
Bron: Advisor Perspectives Mutual Fund-Site Survey 2013

Persoonlijk contact bijna net zo belangrijk als online informatie

 
Wat zoekt financieel adviseur op site fondsaanbieder?

Het belangrijkste dat de Amerikaanse financieel adviseur zoekt op de site van een fondshuis is gedetailleerde informatie over een fonds. Ook relevant vindt men de mogelijkheid om prospecti en factsheets te downloaden en commentaren van fondsbeheerders te lezen.

gewenste site-content
Bron: Advisor Perspectives Mutual Fund-Site Survey 2013

Fondsinformatie en visies meest interessante content

 
Hoe vaak wordt mobile device gebruikt voor fondsinformatie?

Terwijl de opmars van mobiele apparaten onmiskenbaar is, is het de vraag in hoeverre financieel adviseurs tijdens hun werk fondsgerelateerde informatie op een smartphone of tablet zoeken. De uitkomst van de enquête vind ik verrassend. Maar liefst 36% zoekt (nu al) minimaal één keer per week toegang tot fondsinformatie via een smartphone of tablet.

gebruik_mobiel_apparaat
Bron: Advisor Perspectives Mutual Fund-Site Survey 2013

Smartphone en tablet nu al door meer dan de helft gebruikt

In het gebruik van beide mobiele apparaten zit overigens wel verschil. Smartphones worden vooral gebruikt om de koersen (NAV’s) van fondsen op te zoeken, terwijl op tablets een veel bredere set aan fondsinformatie wordt opgevraagd, zoals beleggings- en marktvisies en gedetailleerde fondsinformatie.

Wat kunnen fondsaanbieders hier leren van situatie in VS?

Los van de vraag of de Amerikaanse situatie wezenlijk anders is dan die in Nederland, kan elke fondsaanbieder in Nederland zichzelf wel afvragen of een aantal zaken goed geregeld zijn:

  1. Is de fondsinformatie bij externe websites (Morningstar, VEB, Fondsnieuws) correct en up-to-date?
  2. Is de fysieke informatie die tijdens een persoonlijk contact wordt achtergelaten duidelijk en relevant?
  3. Is de fondsinformatie op de eigen site relevant voor de juiste doelgroep?
  4. Is de fondsinformatie op de eigen site makkelijk toegankelijk?
  5. Zijn factsheets en prospecti makkelijk toegankelijk? (Lees ook mijn 10 tips voor een betere factsheet)
  6. Is de website geschikt voor mobile devices?
  7. Is de aandacht voor webinars / multimedia-presentaties / video’s terecht en voor de juiste doelgroep?

Kijk op http://advisorperspectives.com voor meer bevindingen over het gebruik van fondsaanbieder-websites door financieel adviseurs in de Verenigde Staten.

 

10 tips voor factsheets van beleggingsfondsen

Iedere fondsaanbieder heeft ze: periodieke rapportages met de belangrijkste ontwikkelingen van een fonds. Vaak beschouwd als een noodzakelijk gegeven en een maandelijkse last. Maar zijn de factsheets niet veel meer dan dat? Absoluut!

Relevante informatie

In essentie zijn factsheets heel waardevol. Hun doel is immers om (potentiële) klanten te informeren. Een echt ‘klantcentraal’ uitgangspunt. Maar zijn de huidige factsheets ook werkelijk relevant voor de klant? Sluit de informatie aan bij wat hij verwacht, wat hij moet weten en wat hij wil weten? Zijn de risico’s helder, is het beleggingsbeleid duidelijk, zijn de kosten inzichtelijk?

Standaardisatie?

De factsheets van alle fondsaanbieders verschillen enorm in vorm, performanceberekeningen, getoonde risicomaatstaven, etc. Onderlinge vergelijking is moeilijk, zo niet onmogelijk. Heel jammer. Hoewel ik niet direct pleit voor regulering door de AFM, vind ik meer overeenstemming over de wijze van rapporteren zonder meer wenselijk. Voor het zover is, geef ik graag 10 tips voor een betere factsheet.

10 tips voor een nuttige factsheet1

Klik op de afbeelding om de 10 tips meer in detail te bekijken.

Hoe ziet de ideale factsheet er dan uit?

Met woorden alleen ben je er niet natuurlijk. Daarom heb ik de daad bij het woord gevoegd en samen met Vink Grafische Vormgeving een factsheet samengesteld voor het volledig fictieve Dester Wereld Fonds.

Voorbeeld_factsheet_beleggingsfonds

Klik op de afbeelding om de factsheet meer in detail te bekijken.

Een ongewone gewone bankadvertentie

Afgelopen zaterdag stond er een opvallende reclame-uiting van Insinger de Beaufort in het FD Magazine. Opvallend vanwege de titel: “Dit lijkt een gewone advertentie.” Het was een paginagrote advertentie met een hele lap tekst en een foto van de voorgevel van een imposant bankgebouw.

Over de tekst was zorgvuldig nagedacht. Dat bleek wel uit het  begin: “Op het eerste gezicht is dit een bankadvertentie als vele anderen. (…) Maar daar kijkt een lezer van het FD natuurlijk snel doorheen.” Een slim zinnetje, je wilt als FD-lezer immers graag voor intelligent doorgaan.

advertentie_insinger

Kortom, ik was getriggerd. Maar gaandeweg bekroop me toch het gevoel dat dit eigenlijk wél een doodgewone bankadvertentie was. Want uit niets bleek wat Insinger nu precies voor mij kan doen. Welk ‘probleem’ zij voor mij oplossen. Waarom zij relevant zouden zijn voor hun klanten, door Insinger ‘cliënten’ genoemd. Het wordt nergens echt concreet. Wel is er de nodige borstklopperij. Hoeveel vermogen ze onder beheer hebben, hoe uniek hun aanpak is, hoe imposant hun bankgebouw, etc. Een doodgewone bankadvertentie dus.

Maar één zin trof me wel: “Ons vertrekpunt is dat de belangen van onze opdrachtgever en onze belangen gelijk opgaan”. Zo hoort een bank haar klanten (of ‘cliënten’ zo u wilt) te benaderen. Geen utopisch gewauwel dat ‘de klant centraal staat’. Maar een eerlijk uitgangspunt voor de klantrelatie.

En door die zin is deze advertentie toch geen gewone bankadvertentie.

Kansen voor financieel adviseurs

vba_journaal_omslag_voorjaar_2013        column_esther_waal_vba_journaal_voorjaar_2013

(deze column is gepubliceerd in het VBA Journaal, voorjaar 2013, onder de titel ‘Kleiner denken’)


Het bewustzijn dat de klant centraal moet staan is er binnen de financiële sector inmiddels wel. Maar zijn financiële ondernemingen werkelijk in staat zich zo te vernieuwen dat de klant echt voorop komt te staan, niet alleen in producten, maar ook in de advisering daaromheen? De sector blinkt niet uit in innovatiekracht, althans niet met het belang van de klant voor ogen. Decennialang stond innoveren gelijk aan het creëren van nieuwe business. Nieuwe beleggingsproducten, nieuwe diensten, nieuwe distributiekanalen; allemaal aanbod-gedreven en gericht op het vergroten van de eigen winst.

Dat moet nu anders. Niet langer kan een hogere omzet het primaire doel zijn, maar juist de toegevoegde waarde voor de klant. En daar wringt de schoen, vooral voor banken. Want die willen hun (forse) winstmarges hoog houden, niet alleen voor de bonussen, hoge salarissen en de aandeelhouderswaarde, maar ook voor het bekostigen van hun publieke nutsfunctie. En er zijn meer uitdagingen. De inkomsten staan al geruime tijd flink onder druk. Europa wappert met regelgeving, de AFM met richtlijnen en indicatoren. En dan is er nog de klant zelf. Die is veeleisender, kritischer en wantrouwiger dan ooit. Hij roept om transparantie, eenvoud in producten, maar is niet bereid hiervoor te betalen. Voorwaar geen simpele ingrediënten voor succesvolle innovaties.

Ach, ze doen hun best hoor, die banken. Producten worden eenvoudiger, er zijn meer distributiekanalen, de kosten worden transparanter. Ze spelen duidelijk in op de behoeften van klanten. Maar staat hierbij ook het klantbelang centraal, wat de klant werkelijk nodig heeft? Kijk eens naar het nieuwe adviesfee-model dat zo zoetjes aan zijn intrede doet in het bankenlandschap, vooruitlopend op het algehele provisieverbod. Heel transparant allemaal. Maar is er een rechtvaardiging vanuit het klantbelang dat de fee, bijvoorbeeld, een percentage van het vermogen moet zijn, zonder een daaraan gesteld maximum? Heeft financiële advisering überhaupt (nog) bestaansrecht bij banken met hun praktijk van gedwongen winkelnering? Begint een klantgericht advies niet per definitie bij onafhankelijkheid?

Nee, dan hebben zelfstandige financieel adviseurs de beste papieren in handen om de klant nu echt centraal te stellen. Zij zijn immers vrij in hun advisering. Maar is dat voldoende om tevens winstgevend te zijn? Nu ook zij hun verdienmodel moeten aanpassen, hun diensten eenvoudiger en transparanter moeten maken en te maken hebben met een gereserveerde houding van klanten als het gaat om adviesvergoeding? Het antwoord is nee.

Wat hebben onafhankelijke adviseurs dan nodig voor een succesvolle combinatie van klantcentrale dienstverlening en een gezond financieel resultaat? Diepgaande kennis van de klant. Hoe verkrijgen ze dat doelmatig? Door te focussen op een niche, een groep mensen met vergelijkbare persoonlijke situaties, vergelijkbare levenshoudingen. ‘DGA’s van bouwbedrijven’ bijvoorbeeld, ‘IT-ondernemers’ of ‘samengestelde gezinnen’. Er zijn talloze niches te verzinnen. Door inzicht in de drijfveren en kansen van één segment van klanten, wordt niet alleen de klantbehoefte duidelijk, maar ook het klantbelang. Cruciaal voor een waardevolle klantrelatie. En door de gemeenschappelijke ‘taal’ en de overeenstemmende uitdagingen is eenvoudiger schaalgrootte te realiseren. Oftewel: door kleiner te denken, kunnen financieel adviseurs groter groeien.

Maar is dit niet gewoon een marketingtruc? Nee, is mijn overtuiging. Het onderkennen van het klantbelang kán uitsluitend als je de klant echt kent. En als je weet wat er leeft in een segment, kun je benchmarken en heb je een kennisvoorsprong die waardevol is. Dat vergt volledige commitment, geen marketingbudget of ingenieus CRM-systeem. Als financieel adviseurs zich de kenmerken van een niche eigen maken en bereid zijn kennis te delen, worden zij relevant voor klanten. En waar een adviseur zijn relevantie kan aantonen, is een klant bereid te betalen.

Een voorbeeld. Nu de bouw in zulk zwaar weer zit, is het aannemelijk dat de risicobereidheid van een ondernemer in de bouw verandert. Een financieel adviseur die dit beseft, treedt pro-actief op en kan samen met de ondernemer eventueel een ander plan opstellen voor zijn vermogen.

Kleiner denken is voor velen een nieuwe manier van denken. Het betekent een verandering van regionale verbondenheid naar gesegmenteerde betrokkenheid. Het vergt andere marketinginspanningen en het inzetten van online contactmogelijkheden. Maar bovenal vereist kleiner denken een toegewijde houding van de financieel adviseur. Toegewijd om de klant een betere financiële toekomst te geven. In het besef: ‘Geven, is het nieuwe nemen’.